Fritzlar-Langensalza1942-1945 Junkers

                                                                <img src="dwangarbeiders utrecht.jpg" alt="deportatie" />

                                                                                       RAZZIA UTRECHT 7 OKTOBER 1944

Begin september 1944 gaf de bevelhebber van de SS, Rauter opdracht alle 16- tot 50- jarige Nederlanders van straat op te pakken en naar het doorgangskamp Amersfoort te brengen. Hetgeen in Utrecht resulteerde in razzia’s, zoals hieronder verwoordt door een slachtoffer. In totaal werden er in Utrecht die dag 5500 personen opgepakt.
De Puttenaren, die in dit bericht genoemd worden, waren de 659 uit Putten weggevoerde mannen, daarvan werden er 58 vrijgelaten. De rest (601) werd naar Neuengamme afgevoerd. Onderweg zijn er 13 uit de trein gesprongen en gearriveerd in Neuengamme 588. Na de bevrijding keerden er 48 in Putten terug.

                                           

Op 11 oktober 1944 lopen ruim 1400 gevangenen van Kamp Amersfoort door de stad naar het station. Ze worden o.a. op transport gezet naar Neuengamme.

Bron: Archief NIOD

Razzia Utrecht 7 october 1944

Utrecht 10 april 1946
Utrecht 17 mei 1946.
Geachte Heer,

Naar aanleiding van Uw schrijven, het beloofde verslag over de grote razzia van 7 oct. 1944 te Utrecht.
Daar ik alles persoonlijk meemaakte ben ik in staat U een zo volledig en betrouwbaar mogelijk verslag te doen toekomen.
Ter oriëntatie het volgende. Ik ben Medisch Candidaat. Had toen niet getekend maar was wel in het gelukkige bezit van enige valse papieren. O.a. een officieel persoonsbewijs (P.B.), waarop mijn beroep als “arts” vermeld stond en een papier + pasfoto van het Stads- en Academisch Ziekenhuis, waarop stond dat ik als “arts” aan die inrichting verbonden was. Dat had ik gekregen omdat ik lid was van de chirurgische ploeg, die bij bombardementen e.d. rampen, aangewezen was om de eerste hulp te verlenen en bloedtransfusies te geven. Het papier was nota bene door Keijer zelf (de U.S.B. directeur) getekend. Hoe weet ik niet!

De onheilspellende oproepen die ’s-morgens vroeg overal aangeplakt hingen, kwamen als een donderslag uit heldere hemel en veroorzaakten veel onrust. Reeds spoedig bleek dat de binnenstad afgesloten was en in verschillende wijken razzia’s gehouden werden. Maar niemand wist wat de feitelijke bedoeling der Duitsers was (arbeid- of transport naar Duitsland) was de stemming zeer gedeprimeerd, terwijl de wildste geruchten de ronde deden.

In de loop van de middag hoorde ik dat vele artsen ditmaal wel een Ausweis gehaald hadden. Daarom ging ik eens polshoogte nemen, vertrouwende dat mij toch niets overkomen zou. Ongelukkigerwijze raakte ik tussen een groep mannen in en kon toen moeilijk schipperen, daar deze grote groep constant door de letterlijk overal patrouillerende

Duitsers in de gaten gehouden werd. Op deze manier bereikte ik omstreeks half 5 het Vreeburg, waar reeds duizenden mannen verzameld waren. De meesten van hen hadden een goede hoop dat ze weer vrijgelaten zouden worden, daar ze vertrouwden op hun ziekenbriefjes, voedselvoorzieningspapieren ed. De snelheid waarmede de mensenslang de loketjes passeerden was zeer gering zodat tegen het vallen van de avond de meesten er nog stonden. De Duitsers kregen er genoeg van en sloten hun loketten. De nog aanwezige mannen werden toen achter de schutting gedreven, die om de Jaarbeursgebouwen heen stond.
In de loop van de avond werden nog enige groepen mannen in vrijheid gesteld. Als ik mij niet vergis, de P.T.T. en voedselbedrijven en enige artsen. Gezien mijn leeftijd (29) was ik niet bij de gelukkigen. Tot omstreeks 12 uur ’s-nachts hingen, stonden en lagen deze duizenden op hun verder lot te wachten. Toen werden we in een lange rij opgesteld en moesten naar Amersfoort marcheren. Het was erg koud en de meesten hadden zo zeker op hun in vrijheidsstelling gerekend, dat ze verzuimd hadden zich van het hoog nodige te voorzien. De nachtelijke tocht was heel erg. Allen waren uitgeput door die vele uren staan en doelloos rondhangen. Bovendien was de algemene voedingstoestand toen toch ook reeds sterk achteruitgegaan en kon vrijwel niemand meer over zijn normale uithoudingsvermogen beschikken. Enfin, onder veel geschreeuw en lawaai werden we voortgedreven door de mistige koude. Ik zag zelfs een bakkersknecht, die alleen maar zijn witte jasje aan had en verder niets.
Zelf had ik geen geld, sigaretten, voedsel of dekens bij me, en zo waren er zeer velen. Enkele malen mochten we rust houden, maar dit was haast nog erger dan het marcheren zelf. De koude nam geheel bezit van je en het weer in beweging komen was een marteling. Men mag hierbij de rol van de psyché niet uit het oog verliezen.
De kameraadschap was goed. Zo kreeg ik van een volslagen onbekende de helft van zijn brood, fl. 10,- gulden en één van zijn twee dekens. Omstreeks 4-5 uur marcheerden we het concentratiekamp binnen.

De gedachten die ons bestormden, toen de hekken van dat beruchte kamp zich achter ons sloten, zal ik maar niet beschrijven. Natuurlijk werden we niet direct in de barakken gelaten, maar moesten nog geruime tijd in de kou buiten blijven staan. Eindelijk, ja eindelijk werden we binnen gelaten en aanschouwden de barakken van de binnenzijde. Vier rijen bedden, vlak naast elkaar. De binnenste twee rijen hadden 3 bedden boven elkaar, de buitenste ieder 2. Honderden van ons werden naar binnen gepropt.
Gelukkig viel ik gauw in slaap, ondanks de harde ondergrond en de vrees voor de dunne, grauwe dekens. Na ± 1½ uur was het echter gedaan met de rust en stond ik op. Al spoedig daarna moest ik naar het toilet. Met ons honderden (600 naar men zei) beschikten we over één toilet en 1 urinoir. In lange files stonden we ervoor en een ½ uur wachten was heel gewoon. – Reeds een meter of 3-4 voor het toilet moest men op de tenen gaan lopen, wilde men de urine niet in z’n schoenen voelen kabbelen. – Later hoorde ik ook nog dat vrijwel ieder vlooien en enkelen luizen en schurft hadden opgedaan. – (eerlijkheidshalve vermeld ik erbij dat niet nagegaan is of dit restantjes waren van vorige bezoekers of dat ze nu meegebracht waren – De barakken roken enigszins ontsmet.)
Een van de meest ergerlijke dingen was wel de absolute onmogelijkheid om contact met de buitenwereld te krijgen, want allen hoopten dat hun gevoel toch wel voor invrijheidsstelling in aanmerking zou komen. Tegen een uur of 12 werden we gelucht en mochten buiten rondlopen en gebruik maken van het toiletten- en washuisje. De amicaliteit werd hier sterk bevorderd door het feit dat je elkaar kon zien zitten. Iets wat voor de meesten van ons een afschuwelijk geval was.
Omstreeks 13 uur kregen we voor de eerste keer in 24 uur te eten. Het voedsel bestond uit een of andere waterpap (soja meel?) zonder geur of heerlijkheid. Alleen de honger maakte deze spijze genietbaar. De hoeveelheid was meer dan ruim voldoende.
Van ons gescheiden door draadversperring zagen we de Puttenaren, die daar toen pas kort aanwezig waren.

Deze ongelukkigen liepen allen te koop en stonden te watertanden toe ze ons die slobber zagen drinken. Op een vraag van mij, of ze niet genoeg te eten kregen, antwoordde er een: Zoiets lekkers hebben we nog niet gehad!) Een kleine liefdesdienst werd snel verzonnen en zo renden velen van ons met hun lege blik naar het washok, maakten het schoon en gingen weer in de rij staan, lieten hun bakje voor de tweede maal vullen en goten de pap door het hekwerk heen, in de bakjes van de elkaar verdringende Puttenaren. Gelukkig dat deze stakkers toen nog niet wisten wat hun boven ’t hoofd hing.
De dag ging verder tergend langzaam voorbij. Het enige opmerkelijke was nog een charge van een woedende Duitser. Die een paniekje veroorzaakte, waarbij o.a. een deur ingedrukt werd.
Om 17 uur was er appel op ’t grote plein. Daar stonden we weer met z’n allen. Veel geplaag van Duitsers (en hun handlangers) bij het opstellen in kaarsrechte rijen. Verder werden we vergast op het schouwspel van enige *redewateus gezwollen jonge mannen die hard door de “rozentuin” moesten lopen.
Tot mijn grote verlichting werden de doctoren opgeroepen en daar stonden we met zijn negenen bij elkaar. Al spoedig bleek dat er slechts twee afgestudeerde artsen onder waren + 1 tandarts + 1 veearts. De andere 4 waren evenals ik studenten , met min of meerder goeie papieren. Ondertussen werden de mannen in twee groepen verdeeld.
N.L. die van 40 jaar en ouder (Utrecht was van 17-50) met hun eventuele zoons en alle zieken. Deze groep moest naar Amersfoort-Station marcheren. De rest moest nog achterblijven.
Ons negenen werd medegedeeld dat we vrij waren, maar met de eerste groep mee moesten marcheren naar het station, waar de Stations Officier ons dan wel zou vrijlaten en van papieren voorzien. – De tocht naar en door Amersfoort was een verkwikking door het medeleven der burgerbevolking. Vele omstanders voorzagen ons van versnaperingen en tientallen meisjes drongen zich tussen ons in om briefjes te verzamelen en fruit en sigaretten uit te delen.

Op ’t station was natuurlijk geen officier te bekennen en de minderen mochten ons niet vrijlaten, zodat we gedwongen waren het transport verder te vervolgen. Ook deze nacht werd het 12 uur voordat we weer verder gingen. De uren daartussen brachten we op het koude winderige station door. Eindelijk kwam er toen een trein, die helaas de meeste ruiten miste, zodat velen op het daaropvolgende nachtelijk transport een afdoende kou opgelopen hebben. In een langzaam tempo werden we naar Zutphen gebracht waar de schrik om ons het hart sloeg toen we de IJssel onder ons voorbij zagen glijden. We waren er toen praktisch van overtuigd dat we naar Duitsland gebracht zouden worden. Na een uurtje stilgestaan te hebben reden we gelukkig weer over de brug terug en kwamen bij het breken van de dag in Brummen aan, waar we met veel geschreeuw uitgeladen werden en de voettocht naar Zevenaar moesten beginnen.
Over ’t algemeen heb ik nog niet gesproken over het getier en gedreig waarmede elk bevel gepaard ging. Het viel me op dat de begeleidende landwachters over ’t algemeen nog onprettiger waren dan de Duitsers. Mochten we voor de laatsten tijdens de rust roken, zij zorgden er wel voor dat dit kleine genoegen onze neus voorbij ging. Vaak ook konden ze schieten.
De meeste mannen hadden een ontzettende honger. Eens zag ik dat velen tijdens een rustperiode een veld met veebieten binnen gingen en de knollen, na ze met een mes afgeschraapt te hebben, rauw opaten. Omstreeks 12 uur stonden we enige honderden meters voor de brug bij Dieren. Hier werden we door een SS officier opgewacht en deze liet voedsel verdelen (dus maandagmiddag voor de 2e keer na Zat middag). De kwaliteit was uitstekend, maar de hoeveelheid veel te gering voor de uitgehongerde mannen. Hoe lang er met dit rantsoen gedaan moest worden weet ik niet, daar ik het einde van de tocht niet beleefde, maar zeer waarschijnlijk moest het een en ander dienen tot dinsdag. (400 gram brood, 50 gram boter, een stuk kaas of worst)

Direct hebben wij negenen aan die officier gemeld dat we reeds in Amersfoort vrijgelaten waren. Antw: Daar hadden ze daar ook maar voor jullie transport moeten zorgen. Hier ben ik de baas en ik ben niet van plan allen vrij te laten. Een paar van jullie kan ik best voor dit zootje gebruiken. Andere prettige opmerkingen waren o.a. dat alles so schön egaliseert was, waarmede hij op de verwoestingen in het IJsseldal doelde.

Een van de reeds afgestudeerden en ik werden toen aangewezen om de 1100 man van het transport te keuren, zo maar midden op straat. De belofte was dat de afgekeurden niet verder behoefden te lopen en dat voor hen transport gezorgd zou worden. Na herkeuring door een Duitse arts zouden ze dan evt. vrijgelaten worden. Wat er van deze belofte terecht gekomen is, zullen we later zien.
Enfin, met angst en beven keurde ik daar de zieken. Hoewel ik er natuurlijk wel het een en ander van af wist, waren er toch specialistische gevallen bij, waar ik nog geen notie van had en de kunst was het nu maar om dat niet te laten merken aan de steeds om ons heen draaiende officier. Toch viel dit nogal mee, want van een of ander moeilijke Latijnse vakterm voorzien, droegen we ze ter afkeuring voor. En … we hebben er heel wat afgekeurd.
Nu wil ik er nog eens de nadruk op vestigen, dat er zeer vele en zeer ernstige zieken onder ons transport zaten.
Mesen die op bed konden, maar door angst gedreven zich gemeld hadden in de vaste overtuiging dat ze een paar uur later weer onder de dekens zouden liggen. Zo zagen we een droeve stoet voor onze ogen passeren t.b.c. patiënten die nog lang niet genezen waren – zenuwzieken – asthmapatiënten – spieratrophiën – halve verlamden - maagpatiënten – mannen die met een vuist hun breuk in de buik duwden – nog etterende buikoperatie wonden – enz. enz. Naar bloedig doorgelopen voeten werd maar niet eens gekeken, want daar zouden we toch geen succes mee gehad hebben. Het was een in en in treurig troepje. Van het grote aantal afgekeurde (± 90) werden er 7 door de officier apart gezet en deze mochten naar huis.

Dat zijn keus niet op medische urgentie berustte, behoeft wel geen betoog. – Na veel geschipper werden van ons 9-enen er 7 losgelaten. De andere 2 moesten verder met het transport mee. Beide waren ze nog student maar gelukkig zijn ze niet door de mand gevallen en hebben nog goed werk kunnen verrichten.

Met ons veertienen (7 doctors en 7 patiënten) mochten we toen naar huis teruglopen, niet alvorens enige soldaten nog getracht hadden alsnog in Zevenaar te doen belanden met een kwasie vriendelijk aanbod ons in een auto te laten meerijden. (Gelukkig dat de gecharterde chauffeur z’n neus voorbij praatte en we daardoor te weten kwamen dat niet Apeldoorn maar Zevenaar het doel van de reis was.)

Een van de patiënten, een jongen van 17 jaar had zo’n zware astma aanval dat 2 man hem onder de oksels moesten dragen, daar hij geen fut en lucht genoeg bezat om zelfstandig vooruit te komen. Deze jonge man hebben we de volgende dag dan ook in een noodziekenhuis te Apeldoorn achter gelaten. – Nog even wil ik de vriendelijke hulp en gastvrijheid gedenken die we op onze terugtocht van de burgers ontvingen. - Doodmoe bereikten we dinsdag avond, dankzij enige ‘lifts’ de stad Utrecht, waar we ons eerst nog bij de Ortskommandantur moesten melden.-
Een van de mannen was zo op, dat hij in tranen uitbarstte toen hij op de tocht naar de Mariaplaats langs z’n huis moest lopen.

Het volgende heb ik niet persoonlijk meegemaakt en kan daar dus niet voor de volle 100 % voor instaan.
In ’t kort: de Gezonden moesten naar Zevenaar lopen en mochten onderweg 2 keer rusten. – De zieken moesten het onder de leiding van een SS-er zonder rust doen. De medische uitrusting was nihil. Van hun eigen geld hebben beide studenten wat verband en jodium gekocht. Met een pincet moesten ze granaatscherven uit de borst (longen) halen!! Later werd het iets beter, maar in ‘t begin was de tegenwerking zeer groot.

Tot mijn spijt moest ik u enige tijd laten wachten. De reden hiervan is dat ik het momenteel zeer druk heb met mijn examen.
In de hoop dat het een en ander naar uw genoegen is, teken ik met de meeste hoogachting,

H.H. Meulenbelt Medisch Candidaat


In mijn fotoalbum heb ik een aantal goede foto’s van de verwoestingen in R’dam, Rhenen en spoorwegen (bruggen). Indien u hier copieën van wilt laten maken, zal ik ze gaarne afstaan op voorwaarde dat ik ze later weer in mijn bezit krijg (de negatieven bezit ik helaas niet)

Parkstraat 35
Utrecht

* redwater ziekte is een ziekte bij runderen met zwellingen (oedemen)


 Knop Terug

Update: 10-3-2019
GVG
www. arbeitsinzet1942-1945junkers.nl