Fritzlar-Langensalza1942-1945 Junkers


                                                                      Verkort uittreksel van de belevenissen van Richard de Rijk

                                                                                                  

                                                                                                               Foto: juni 1945

Voor de originele teksten verwijs ik naar het boek “Echo’s van een oorlog”, elders vermeld op deze website. Verkorte inhoud, interpretatie en aanvullende informatie:
Richard was in Utrecht actief in het verzet en bij een poging om in het distributiekantoor voedselbonnen te stelen voor onderduikers werden zij verrast door een avondpatrouille van de SS. Hij werd gearresteerd in augustus 1942 op Zuilen samen met drie anderen, de rest van de groep wist te ontkomen. Hij werd door de SS naar het politiebureau Paardenveld gebracht, waar hij zijn eerste pak slaag in ontvangst mocht nemen. Daarna had hij de keuze tussen een strafkamp in Duitsland of een opleiding volgen in de Vlijtstraat, waar Nederlanders tot metaalarbeider c.q, draaier werden omgeschoold om aansluitend tewerkgesteld te worden bij o.a. Junkers in de vliegtuigindustrie. Hij koos voor de laatste optie om tijd te winnen. De opleiding begon 22 maart 1943. Hij heeft daar leren werken met metalen, van constructies tot metaaldraaien.
Op 16 juni 1943 werd hij met tientallen anderen naar Duitsland afgevoerd, naar een van de vele Junkers Flugzeugen und Motoren Werken AG te Fritzlar bij Kassel. In Fritzlar was een middelgrote militaire vliegbasis (Flugplatz) waar hoofdzakelijk de vliegtuigtypes ‚Junkers Ju 352‘ (transportvliegtuig) en later het als bommenwerper ingezette gevechtsvliegtuig ‚Junkers Ju 88‘ gebouwd werden.

In Venlo gingen zij de grens over en zag hij nog net kans om enkele briefkaarten naar huis te schrijven als laatste groet aan ouders en familie. Eenmaal over de grens waren zij in het verachtelijke ‘Mofrika’, zoals men Duitsland toen noemde. Er waren enkele Duitse (burger)spoorwegbeambten die de plicht hadden hen te begeleiden naar Fritzlar. Zij zouden daar komen te werken op de Flugplatz.
De groep bestond uit ongeveer 30 personen, verdeeld over 4 achterelkaar gelegen coupés. Bagage ging in de boven onze hoofden gelegen bagagenetten, dan waren zij die voorlopig kwijt. De stemming was erg bedrukt, velen stond het huilen nader dan het lachen. Er werd niet veel gesproken. Verbijsterd probeerde iedereen voor zichzelf deze moeilijke situatie te verwerken. Als tegengif werden er sigaretten opgestoken en stond de coupé binnen de kortste keren blauw van de rook. Al gauw werden de schuiframen in de coupédeuren via de leren riem geopend. De frisse lucht bracht allen weer terug in de werkelijkheid. Naar gelang zij dieper Duitsland in reden, kwamen de gesprekken weer op gang. En terwijl de trein in oostelijke richting verder raasde, keken zij met belangstelling naar de mooie natuur.

18 Juni 1943. Twee briefkaarten van Richard uit Venlo met ‘Alles OK’ als laatste groet aan de grens van Nederland. Ter hoogte van Keulen hebben zij tegen de avond nog een luchtalarm meegemaakt. De trein stond stil en mocht Keulen niet passeren. Iedereen moest de trein uit. De ‘reisleiders’ wisten waar zij voor een geallieerde bommenregen konden schuilen. De Duitse spoorwegen had vele schuilkeldertjes gebouwd langs de spoorbaan om passagiers en militairen te beschermen. Zij gingen dus voor het eerst de schuilkelder in vlak voor Keulen. Na ongeveer 2,5 uur werd het sein ‘veilig’ gegeven en kon men weer terug naar de trein. Terug in de trein vielen de meesten in slaap op de bank. Het was inmiddels al 23.30 uur geweest en hij voelde ook reeds een dutje aankomen. Hij zocht boven in de bagagenetten een plaatsje op. Hier kon hij zijn benen strekken en niet vallen. Hij werd wakker doordat de wagons met een hoop herrie afremden. Volgens een van de ‘reisleiders’ reden zij ter hoogte van Marburg. Hij keek op zijn hema-horloge en het was pas 04.15 uur. Hij dommelde weer in slaap en merkte nog wel dat zij weer aan het rijden waren en hoopte dat de trein de volgende ochtend vroeg in Fritzlar zou zijn. Inderdaad, rond 10.00 uur kwamen zij aan in Fritzlar. Een klein stadje. Het was 20 juni 1943. De groep werd netjes met bussen naar stenen barakken gebracht waar zij erwtensoep met vers brood en worst kregen. Zij moesten zichzelf in groepjes van 4 indelen. Elke kamer was bestemd voor 4 personen. Er stonden 2 stapelbedden met nieuwe matrassen, dekens en hoofdkussens. Zij hoefden vandaag nog niet te werken en kregen 2 dagen vrij voor oriëntatie van de omgeving.

                                                                                            
Barak in Fritzlar. De woon/slaapkamer was ongeveer 4 m x 3,5 m met links en rechts een stapelbed en nog enkele kasten. Alles was nieuw: bedden, matrassen, beddengoed, kussens en voor ieder twee dekens. Het rechter stapelbed is te zien. Deze barak werd bewoond door (van links naar rechts) Ro(nald) Leendertz, Jan van ’t Nedereind, Herman Kamhout en Richard de Rijk

                                                                                            
Barak in Fritzlar. Rechts staat Richard en voor hem zit Herman Kamhout, links Ro Leendertz en Jan van ’t Nedereind (zittend).
Fritzlar
De stuwdam van de Edersee, vlak bij de vliegbasis, werd in de nacht van 16 op 17 mei 1943 tegen 4 uur ’s-morgens, getroffen door speciale “stuiterbommen”, afgeworpen door Engelse Lancaster MkIII bommenwerpers, als onderdeel van de “Operatie Chastise” (Afstraffing). Het doel van deze geallieerde operatie was zware schade aan te richten aan de elektriciteitsvoorzieningen van de wapenindustrie. Er ontstond daardoor aan de stuwdam van de Edersee een enorme vloedgolf met golven van zo’n 6 meter hoog. Alles werd verzwolgen door het woeste water, niets werd gespaard. Zware betonbruggen, spoorbruggen, huizen, bomen, wagens, schuren, dorsmachines, vee en mensen, alles werd meegesleurd.
Negen mensen uit Fritzlar en twee buitenlanders vielen het kolkende water ten offer. Op 20 mei werden de lichamen, die reeds geborgen waren, plechtig bijgezet.
Het aantal doden in de regio Fritzlar/Homberg bedroeg meer dan 50.
Dagenlang kon je vrachtauto’s voorbij zien rijden, die de enorme berg aan kadavers van vee naar destructiebedrijven reden. Het water zakte redelijk snel.
De opruimwerkzaamheden, waaraan de soldaten, de Hitlerjugend, technische nooddiensten en Arbeitsdienst deelnamen, duurde meerdere maanden. Een week na de overstroming kon men echter weer terugkeren naar de vliegbasis en 2 weken later werden de opgeruimde kwartieren weer bewoond en werd er weer gewerkt en na enkele weken was de productie weer in volle gang.
Het water stond tot in de binnenstad van Kassel, zelfs 73 km verder stroomafwaarts tot in de binnenstad van Hannoversch-Münden.

                                                           

                                                          Natte voeten in Hannoversch-Münden waar Werra (Eder) en Fulda samenkomen.


De verliezen van deze operatie elders (in de dalen van Möhne en Roer) waren echter veel hoger met veel meer slachtoffers.
Het vliegveld en grote stukken landbouwgrond hadden hierdoor onder water gestaan.
Richard arriveerde op 20 juni in Fritzlar met zijn groep, dus 5 weken na de catastrofe en zij hebben daar ook nog geholpen de restanten op te ruimen en af te voeren.
Na enige maanden kwamen zij in de fabrieken te werken, gevestigd in grote hangars en gebouwen. Richard werd met nog drie anderen te werk gesteld in het magazijn voor de zogeheten ‘Bereitstellung’ (bevoorrading).

Hij is één maal ontvlucht uit Fritzlar omstreeks begin september 1943 en kwam toen in Duisburg vlakbij de Nederlandse grens. Daar werd hij opgepakt door SS-soldaten van de treinbewaking. Zijn papieren werden afgenomen en hij werd verhoord door SS/SD. In dat kantoor kreeg hij klappen en hij dacht dat ze nooit meer zouden stoppen met slaan! Daarna werd hij in een cel van het politiebureau gezet, waarna ze hem na enige uren wederom, maar nu geboeid, op de trein hebben gezet onder bewaking van een SS-er die hem naar Fritzlar terug bracht. Daar aangekomen werd hij overgedragen aan de lokale autoriteiten. Hij had een brief bij zich van de SS-commandant uit Duisburg. Aansluitend moest hij weer aan het werk in het magazijn, in de “Bereitstellung”. Hij heeft daar moeten werken tot 1 september 1944. Van september 1944 tot maart 1945 werd er een operationele eenheid op de vliegbasis gestationeerd en in oktober 1944 verliet Junkers Fritzlar.
Zij werden toen met ongeveer 25 man overgeplaatst naar de firma Messerschmitt GmbH te Regensburg.
Toen zij dat kamp in Regensburg binnen kwamen, begonnen de SS-soldaten hen eerst te slaan en uit te schelden. Daarna kregen zij een metalen beker met soep en 3 sneden grof brood, voor de gehele dag! De slaapplaatsen waren 3 boven elkaar, met stro gevulde, stinkende matrassen die vies en gebruikt waren. Zij moesten daar werken in een metaalfabriekje, las- en bankwerk, onderdelen maken. Er was daar een strenge bewaking door SS oostfront-soldaten die de hele dag tegen iedereen stonden te schelden en als je iets probeerde terug te zeggen, begonnen ze meteen te slaan. Gelukkig heeft dat maar ongeveer 3 weken geduurd voordat zij weer vertrokken. De reis ging via Dachau naar Eschenlohe.
Daar in Eschenlohe, wat ze daar beleefden was in schril contrast met de levensomstandigheden in Fritzlar, onwerkelijk, zinloos, mensonterend en vernederend.
Het complete verhaal kunt u lezen, zoals gezegd in Echo’s van een Oorlog.

Peter Vermeulen


                                                                                                                    Video

Update: 18-7-2019abcd
GVG
arbeitsinzet1942-1945junkers